4.3 Groene lijnen

Inwoners en bezoekers van Enschede gebruiken het hoofdwegennet en de spoorlijn om Enschede te bereiken of zich door de stad te verplaatsen. Langs de wegen zijn bermen en bomen aanwezig en die geven de entrees van Enschede allure en zorgen voor herkenbaarheid, zodat je makkelijker de weg kunt vinden. De spoorlijn is als een groenlint van west naar oost. Ook dieren maken gebruik van deze doorgaande groene routes door te stad.

Tussen 1916 en 1929 is de Singel aangelegd door de toenmalige burgemeester Edo Bergsma. De Singel is kenmerkend voor Enschede door zijn slingerende karakter en door een middenberm met een dubbele bomenrij. De radialen delen de Singel op in verschillende delen en elk deel heeft een andere boomsoort.

Ook de Broekheurnering heeft een middenberm met bomen. De Usselerrondweg/Auke Vleerstraat ligt op de grens van bebouwing en het landelijk gebied en heeft daarom geen doorgaande laanbeplanting. Het groen past zich hier aan z'n omgeving aan en heeft een wat meer landschappelijk en los karakter.

Kansen vanuit de principes:

Beschermen:

  • De middenberm met dubbele bomenrij zoveel mogelijk doortrekken over de gehele Singel, rekening houdend met een goede groeiplaats voor nieuwe bomen, zodat de bomen ook een gezonde toekomst tegemoet gaan. Hier zit wel een spanningsveld met verbeteren van de verkeersdoorstroming en ruimte voor parkeren.

  • Meerjarenplan voor toekomstbestendige bomen met bijvoorbeeld aandacht voor beluchting en bemesting van de bodem.

Benutten:

  • De middenberm van de Singel inrichten naar voorbeeld van historische foto’s met gevarieerde onderbeplanting en hiermee kleurige entrees op kruisingen met radialen creëren en biodiversiteit vergroten.

  • Experimenteren met ander maaibeleid ten behoeve van biodiversiteit en gevarieerder beeld. Wel rekening houden met zichtbaarheid van verkeer en de functie van de middenberm als wandelstrook.

Een netwerk van hoofdwegen zoals de Oldenzaalsestraat, de Hengelosestraat en de Deurningerstraat, bijeengebracht door de Singel, zorgt voor een soort spinnenweb van wegen om de stad goed bereikbaar te maken. Er is veel ruimte nodig voor het doorgaande verkeer, maar een doorgaande boombeplanting willen we behouden of versterken voor de herkenbaarheid van de hoofdwegen en als vliegroutes voor bijvoorbeeld vleermuizen en insecten.

Kansen vanuit de principes:

Beschermen:

Meerjarenplan opstellen voor behoud of vervanging bomenlanen, zodat we van bestaande bomen de kwaliteit kunnen waarborgen en weten welke boom terug geplant moet worden als een exemplaar uitvalt. Op basis van het meerjarenplan kunnen we ook grootschalig, gefaseerd bomen vervangen als dit echt noodzakelijk is.

Bouwen:

Versterken boombeplanting Deurningerstraat. Op deze radiaal is er maar beperkt ruimte gemaakt voor groen. Daarom heeft deze straat de meeste urgentie om in te investeren.

Enschede lijkt ontwikkeld rond de (oude) spoorlijnen in de stad. De stad is ten tijde van de textielindustrie met name gegroeid rondom de langs de spoorlijnen gevestigde textielcomplexen. De Westerval, Zuiderval en Lonnekerspoorlaan, ooit oude spoorlijnen, zijn getransformeerd tot ontsluitingsstructuren voor bus-, auto en/of langzaam verkeer. Alleen de lijnen met Hengelo en Gronau functioneren nog als spoorlijn. Deze spoorlijn is een belangrijke groenzone dwars door de stad van oost naar west en heeft daarmee een ecologische functie en is daarnaast een herkenbare lange lijn. Ook is het groen langs het spoor het visitekaartje voor de treinreizigers.

Kansen vanuit de principes:

Beschermen:

Een gezamenlijk beheerplan maken met Prorail over het groen langs het spoor, omdat de belangen verschillend zijn.

Bouwen:

Het aanvullen van groenelementen met inheemse, gevarieerder beplanting op ontbrekende delen langs het spoortracé. Het gaat bijvoorbeeld om het gedeelte ter hoogte van de Parkweg binnen de Singels tot aan het station en de spoorzone door Glanerbrug die weinig robuust groen bevat.

Verspreid over de hele stad zijn lange lijnen gekoppeld aan oude spoorlijnen, beken of straten te herkennen die zorgen voor een fijnmazig netwerk dwars door wijken heen. Deze lijnen zijn van belang voor de ecologie om groene gebieden aan elkaar te rijgen, zodat vogels, insecten en andere dieren zich kunnen verplaatsen. Daarnaast zorgt het voor routes met schaduw naar het park, of de winkel, of gewoon een groene route om een rondje te hardlopen, wandelen of andere sporten en activiteiten te beoefenen.  

Kansen vanuit de principes:

Bouwen:

Op meerdere plekken in de stad zijn de lange lijnen niet of onvoldoende begeleid met groen. Het autoluw maken van straten kan helpen om ruimte te maken voor groen, wandelaars en fietsers, zoals in de mobiliteitsvisie al is opgenomen voor de centrumwijken. Straatgroen kan in de vorm van bloemrijke bermen, struikengroepen of bomen. Bij herinrichtingen kunnen we deze lange groenstructuren aanleggen.

Van oorsprong liepen tal van beken door de stad. De helling van de stuwwal volgend, waterde Enschede af richting het westen, richting Hengelo. De Roombeek en de Stadsbeek zijn weer zichtbaar bovengronds gebracht. Deze vormen aantrekkelijke en beeldbepalende plekken in de stad. Het Twentekanaal faciliteert het transport over water voor de industrie. Het verbindt de Enschedese haven, via een langgerekt kanaal, met de rest van Nederland. Daarnaast zijn ook verlaagde bermen, wadi's en vijvers voorbeelden van groen- blauwe structuren die bijdragen aan een klimaatbestendig Enschede.

Kansen vanuit de principes:

Benutten:

Bij herinrichtingsprojecten voor klimaatadaptatie, de aanleg van een beek of een waterberging, is er ook aandacht voor speelaanleidingen, ecologisch ingerichte taluds en bomen die op natte plekken kunnen groeien.

Bouwen:

Aanleg van groenblauwe structuren ten behoeve van een klimaatbestendige inrichting doen we binnen bestaande projecten zoals aanpakken wateroverlastlocaties, herontwikkeling, groot onderhoud aan wegen en rioolvervangingen. Zie Water- en Klimaatadaptatieplan Enschede – groenblauwe structuren.